Meetprotocol

Met de weedviewer meet u net als bij andere onderdelen in de openbare ruimte meetvakken van 100 m2 binnen vastgestelde meetlocaties. 

U maakt binnen dit meetvak 10 foto’s. Deze 10 foto’s van 1 m2 per foto zijn representatief voor het meetvak van 100 m2. Het is daarom van belang dat u de foto’s zo goed mogelijk verdeeld. De verdeling van de 10 plekken is afhankelijk van de breedte van het meetvak:Indien een meetvak een breedte heeft tot 2,00 m, dan worden de opnamen verspreid over de gehele lengte van het meetvak en worden de opnamen min of meer in één lijn genomen. (Voor goten wordt vaak een breedte van 1,00 m en een lengte van 100m¹ aangehouden.)

• Fotografeer op elke plek een bovenaanzicht ter grootte van ca 1m²;

• Zorg dat foto's elkaar niet overlappen;

• Zorg dat er geen grasoppervlakten of andere storende elementen (zoals voeten) op de foto te zien zijn;

• Zorg dat er geen mos op de foto’s staat;

Nadat u 10 foto’s hebt genomen vult u in hoeveel planten u ziet die hoger zijn dan 20 cm. 
U drukt op klaar en krijgt te zien wat het kwaliteitsniveau is van het gemeten vak. Dit kwaliteitsniveau noteert u in uw gewone registratie-systeem.

Bekijk onderstaand filmpje voor de juiste manier van meten.